Dit blijkt uit voorlopige cijfers die de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) gisteren bekendmaakte. De organisatie, die onder meer vergroting van het aantal orgaan- en weefseldonoren nastreeft, noemt dit een opmerkelijke stijging.
De NTS schrijft de toename van het aantal orgaandonaties toe aan twee factoren. Zo gaan ziekenhuizen steeds beter om met potentiële orgaandonoren en met nabestaanden. Daarnaast is de publieke opinie tegenover orgaantransplantatie positiever geworden, vermoedt de stichting. Ze verwijst daarbij naar door de overheid geïnitieerde campagnes en naar de Grote Donorshow van omroep BNN. Dit programma, waarbij een aantal nierpatiënten vorig jaar streed om een donornier, leidde tot veel publiciteit. Het programma bleek in scène gezet, maar in de nasleep ervan meldden zich veel mensen aan als orgaandonor.
De Nederlandse Transplantatie Stichting registeerde in het voorbije jaar 728 transplantatie met organen van overleden donoren. Een jaar eerder waren dit er 567, een stijging met 28 procent. Een vergelijkbare toename vertoonde het aantal transplantaties met organen van levende donoren: van 281 naar 358.
Het aantal patiënten dat wacht op een donororgaan is het afgelopen jaar gedaald. Op 1 januari 2007 waren het er 1.441. Begin deze maand stonden er 1.284 op de wachtlijst.
De NTS is optimistisch over de trend. Uit analyses in 2006 bleek dat 70 procent van de nabestaanden niet instemt met orgaandonatie als ze hierover moeten beslissen. Uit eerste peilingen lijkt dit percentage over 2007 lager te liggen. Aangezien zes van de tien mensen van 18 jaar en ouder geen geregistreerde wilsbeschikking heeft, waardoor niet duidelijk is of ze wel of niet een orgaan willen afstaan na hun dood, blijft dit „een belangrijk verbeterpunt”.
De meeste transplantaties betreffen die van nieren. Overleden donoren leverden vorig jaar 425 nieren, levende 355. Op de wachtlijst voor transplantatie stonden per 1 januari 916 kandidaten voor een nier, 13 procent minder dan een jaar eerder.

AEX: 310,03 




