De realisten bij de PvdA hebben gewonnen. Met het nee tegen een referendum over het nieuwe Europese verdrag, heeft de PvdA-fractie gisteren een moedig, maar ook riskant besluit genomen. Moedig omdat de fractie, tegen de eurosceptische tijdgeest in, heeft gekozen voor parlementaire instemming met het nieuwe EU-verdrag. Riskant omdat de partij de kans loopt op een electorale afrekening.
Het verwijt van ‘kiezersbedrog’ is al gevallen. „Politieke zelfmoord”, noemde PvdA’er Niesco Dubbelboer, voormalig Kamerlid, het afwijzen van een referendum door zijn partij. Stond er niet in het verkiezingsprogramma dat er een referendum moest worden gehouden? En had Wouter Bos na het ‘nee’ tijdens de volksraadpleging tegen de Europese Grondwet in 2005 niet meer referenda in het vooruitzicht gesteld? Hij wilde zelfs van het referendum een „standaardonderdeel van ons democratisch repertoire maken dat door de bevolking zelf, bij een bepaald [minimumaantal] handtekeningen, in het leven wordt geroepen”, schreef hij in de Volkskrant.
Voor Bos stond vast: het vertrouwen in het Europese project moest worden hersteld. De PvdA-elite, voorstander van de Europese Grondwet, had immers heel wat goed te maken bij haar achterban die grotendeels bij het nee-kamp zat.
Twee jaar later liggen de kaarten anders. De Europese Grondwet met alle symboliek is na intensieve diplomatie van het kabinet-Balkenende van tafel en er is een nieuw Europees verdrag voor in de plaats gekomen. Bos is geen oppositieleider meer in de Tweede Kamer, maar vicepremier en minister van Financiën. En Europawoordvoerder Frans Timmermans is van Kamerlid tot staatssecretaris Europese Zaken gepromoveerd. Dat brengt grotere verantwoordelijkheden met zich mee dan louter binnenlandse en partijpolitieke overwegingen.
Zij worden bijvoorbeeld geacht het Nederlandse belang te behartigen. Wat zouden de gevolgen zijn voor Nederland als de Nederlanders ook het nieuwe Europese verdrag zou afwijzen, wat uit diverse opiniepeilingen zou blijken?
Niet alleen stokt dan de Europese samenwerking omdat het nieuwe verdrag unaniem moet worden aangenomen. Het Europa van 27 landen wordt dan niet effectiever bestuurd en ook niet democratischer. De nationale parlementen kunnen in Brussel niet aan de noodrem trekken zodra er ongewenste wetgeving op landen wordt afgevuurd. De samenwerking op het gebied van politie en het strafrecht, nodig om de georganiseerde misdaad en het terrorisme beter te kunnen bestrijden, laat nog langer op zich wachten. En typisch nationale arrangementen zoals de zorg, woningcorporaties en het onderwijs krijgen geen extra bescherming tegen de tucht van de interne markt. Nederland komt ook als potentiële dwarsligger te boek te staan waardoor Den Haag aan invloed verliest.
Hebben de Nederlanders daar baat bij? Bepaald niet, meent het kabinet. Ditmaal is er nog naar Nederland geluisterd, want er zou een beter verdrag op tafel liggen. Daarvan is ook de PvdA-fractie overtuigd. „Elke stap in de richting van een Europese federatie is van tafel”, zei fractielid Ferd Crone gisteren. Het gevoel dat „dat we met Europa naar een superstaat gaan, dat zit er niet meer in”, zei fractievoorzitter Tichelaar.
Met het nee tegen een referendum meent de PvdA-fractie de verantwoordelijkheid te hebben genomen, die bij ingewikkelde beslissingen van politici wordt verwacht. Nu komt het er wel op aan dit aan de kiezers uit te leggen. Want het eerste referendum maakte pijnlijk duidelijk dat het vertrouwen van Nederlanders in Europese samenwerking minder groot is dan werd verondersteld. Twee jaar later is het nog steeds hoog nodig dat de „actieve participatie en betrokkenheid van de burger bij de EU” wordt bevorderd, waarschuwt de Raad van State in haar jongste advies.

AEX: 340,46 





