Den Haag, 27 juni. „Wat ik niet heb begrepen: dat Zalm niet heeft ingegrepen. Hij heeft invloed en gezag. Hij is vice-premier en de facto de eerste man van de VVD. Hij kent Verdonk. Hij wist wat er ging gebeuren. Hij was degene die had kunnen zeggen: ‘Dit gebeurt niet, Rita. Zo dóe je dat niet!’.’’
Jozias van Aartsen is een gewoon Kamerlid voor de VVD. Op 8 maart, de dag na de gemeenteraadsverkiezingen, trad hij af als fractievoorzitter. De VVD had 128 zetels verloren. „Er was er maar één die daar de verantwoordelijkheid voor kon nemen’’, zegt hij nu. „En dat was ik. Zo vind ik dat politiek moet worden bedreven.’’
Er was een leven van vóór 8 maart en er is een leven van ná 8 maart. Er cirkelen geen voorlichters meer om hem heen. De telefoon gaat maar één keer tijdens het gesprek. Hij oogt ontspannen. Vandaag laat hij zich voor het eerst sinds 8 maart interviewen.
Onderwerp van gesprek is de snelle denaturalisatie van Ayaan Hirsi Ali op 15 mei. Wat voor minister Zalm (Financiën, VVD) geldt, geldt ook voor premier Balkenende (CDA) en minister Donner (Justitie, CDA). „Niemand heeft gezegd: Ho!’’
Toen hij op 19 mei de algemene ledenvergadering in Noordwijkerhout toesprak, zei Van Aartsen in bedekte termen al wat hij nu zegt. „Politicus zijn is keuzes maken, oordelen. Die keuzes worden je niet opgelegd, die zijn niet onvermijdelijk, die maak je zelf.’’
Het ging, zegt Van Aartsen, niet om de subsidiëring van een koekjesfabriek. Het ging om een Kamerlid wier nationaliteit haar in een dag werd afgenomen. „Minister Verdonk beschuldigde Hirsi Ali ervan te liegen, maar heeft ze de juridisch deskundigen van haar departement geraadpleegd? Verdonk werkt op het departement van de topjurist minister Donner. Zíjn departement. Is hem geen enkel memo over deze zaak onder ogen gekomen? Hebben Donner en Balkenende die bewuste maandag écht niet geweten wat speelde? Als zij net als Zalm hebben geopereerd, is dat niet goed. Minister Verdonk is toch lid van het kabinet? En toch heeft Balkenende de actie van Verdonk niet als een probleem van hemzelf en het kabinet gezien. Zag hij het misschien als een VVD-probleem? Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat hij pas twee dagen later reageerde, nadat het imago van Nederland in het buitenland een deuk had opgelopen.’’
Het zegt, vindt Van Aartsen, iets over de stand van de rijksdienst. „Hoe wordt dit land bestuurd? Daar zet ik vraagtekens bij. Een minister moet kunnen zeggen: ik doe dit, want ik ben ervan overtuigd dat mijn feiten kloppen en dat alle afwegingen zijn gemaakt. De minister is immers degene die geslachtofferd wordt als dat niet zo is. Nu heeft de minister te snel, te vlot en onvoldoende weloverwogen gereageerd.’’
In december vorig jaar zei Ayaan Hirsi Ali tegen Van Aartsen dat ze ‘any way’ de Kamerperiode tot mei 2007 zou uitzitten. Dat had ze aan Neelie Kroes die haar naar de VVD haalde, beloofd. „Wat eventueel daarna zou gebeuren, hebben we toen niet besproken’’, zegt hij nu. „,Ayaan had een vaag plan om naar Amerika te gaan.”
In april dit jaar, ná 8 maart, spraken Van Aartsen en Hirsi Ali elkaar weer. „Ik zie geen reden om te blijven’’, zei zij bij die gelegenheid. „Wat moet ik nou in deze fractie? Nu jij geen fractievoorzitter meer bent, wil ik geen Kamerlid meer blijven. De politieke protectie is weggevallen.’’ Van Aartsen heeft geknikt, zegt hij nu. „Het heeft geen zin meer om in Nederland te blijven”, zei ze. Ze zocht onderdak in Amerika. Ik zei niet: ‘Je moet blijven tot mei 2007’.’’
De twee Kamerleden spraken elkaar weer op Witte Donderdag, de dag vóór het paasreces, in het restaurant van de Tweede Kamer. „Het was de dag dat het gerechtshof in Den Haag uitspraak had gedaan over haar huis. Ze moest het verlaten. Ze was van haar stuk gebracht. Ze zei niet: dit is de aanleiding om te gaan, maar ze moet het hebben gedacht. Nú ga ik weg. Dat is voor haar de klik geweest.’’
De uitzending van het televisieprogramma Zembla over de leugens van Ayaan Hirsi Ali zag Van Aartsen niet. Hij was in New York. Toen hij de zondag daarna thuis kwam, vertelde zijn vrouw erover. „Oh, da’s oude koek’’, antwoordde hij. De maandagmiddag daarop belde het Radio 1 Journaal. Of Van Aartsen wilde reageren op het vertrek van Hirsi Ali dat die dag bekend was geworden. „Het was vier uur ’s middags. Ik dacht: laat ik haar eerst even bellen. Toen bleek ze net een telefoontje van Verdonk te hebben gekregen. Ze was de-vas-ta-ted. Huilen, huilen. Ze zei: ‘Ik heb net gehoord dat ik geen Nederlandse ben’. Het was moeilijk om door de huilbuien heen het verhaal goed te kunnen begrijpen. Ik dacht: dat kan niet kloppen. Ik begreep er niets van. Ik was werkelijk zo geëmotioneerd.’’
„Houd het geheim’’, drukte Hirsi Ali hem op het hart. „Een uur later sprak ik voor de radio. Ik benadrukte het provinciaalse van Nederland. Ik zei: ‘Het land is lichtgeraakt’. Mijn stem klonk onvast.’’
Vóór 8 maart zou hij de premier hebben gebeld, nu belde hij zijn eigen opvolger, VVD-fractievoorzitter Van Beek. „Ik dacht: laat ik me correct gedragen als fractielid. Hij vertelde dat hij aan het begin van de avond met Zalm en Weisglas naar Verdonk zou gaan om het besluit te bespreken. ‘Dit is absurd’, zei ik. ‘Doe er wat aan! Je hebt één ding te doen: draai dat besluit terug’. Die avond ontving Ayaan de brief waarin Verdonk haar besluit meedeelde.’’
Die nacht bestudeerde Van Aartsen het arrest van de Hoge Raad uit november 2005 over het Iraakse gezin dat Nederland werd uitgezet nadat achteraf was gebleken dat het gezin een valse identiteit bezat. De fractievergadering begon dinsdagochtend ‘geladen’. „Ik dacht: ik moet deze vergadering gebruiken om de schade te beperken’’, zegt Van Aartsen. „Iedereen zat daar met zijn eigen gedachten en gevoelens. Die waren niet gekanaliseerd.
„Van Beek deed verslag van zijn bezoek van de vorige avond. ‘Dit is een onvermijdelijkheid’, zei hij. ‘Dit is de conclusie die de minister van Vreemdelingenzaken heeft getrokken.’ Het was een lijdelijke constatering. Als de delegatie die Verdonk bezocht zich van goed juridisch advies had laten voorzien, was dit besluit niet genomen. Je moet bij haar héél duidelijk zeggen hoe het staat, anders capituleert ze niet.’’
„Ik mis vice-premier Zalm’’, zei Van Aartsen tijdens de vergadering. „Hij moet verantwoording afleggen over het onderzoek dat de AIVD in 2002 heeft gedaan naar de naturalisatie van Ayaan, voordat ze naar de VVD kwam. En ik mis de minister van Vreemdelingenzaken. Ze kwam wél naar de fractievergadering om haar kandidatuur voor het lijsttrekkerschap aan te kondigen. Nu mis ik haar.’’
Van Aartsen pakt een schrift uit de antieke houten kast op zijn kamer. ‘Middelmatige juristerij’, staat er op de bladzijde die hij opslaat. In de fractievergadering van 16 mei had hij betoogd waarom een oordeel over casus x uit een arrest niet noodzakelijk van toepassing is op casus y. „Het arrest over het Iraakse gezin leidt niet één op één tot een uitspraak over Ayaan. Zo redeneren als de minister doet, leidt tot juridische middelmatigheid. Bovendien: de minister denaturaliseert een lid van de Tweede Kamer en ook nog Ayaan, één van ons. We kunnen toch niet lijdelijk toezien?
„Ik dacht: misschien krijg ik een of twee medestanders, maar het gros van de fractie schoof naar mijn kant. Fractievoorzitter Van Beek heeft gevoeld dat de meerderheid zo dacht en dat heeft hij keurig in het spoeddebat van die avond overgebracht. Hij heeft de fractie tegenover Verdonk gepositioneerd. Hij liet zich ervan overtuigen dat de motie waarin Verdonk werd gedwongen haar standpunt te heroverwegen van de VVD moest komen.’’
De lijsttrekkersverkiezing in de VVD heeft een rol gespeeld bij dit besluit, vermoedt Van Aartsen. „Er heerst een zekere Ayaan-fatigue. Een vermoeidheid over haar strijd. Maar het beeld dat Ayaan fundamenteel islamofoob is, klopt niet. Haar drijfveren zijn wel degelijk liberaal. Iedereen moet in een verlichte, tolerante maatschappij zijn geloof kunnen belijden, is haar opvatting. Dat neemt niet weg dat je de uitwassen van dat geloof bestrijdt.
„Dit besluit was een kwestie van timing. Verdonk moet hebben gedacht: ik moet dit nu doen. Als ik besluit: ik doe het niet nu, dan lekt dat uit. Dan ontstaat het beeld: ze meet met twee maten. Daarom kwam ze zo snel met haar besluit naar de Tweede Kamer.’’

AEX: 310,03 




