Rotterdam, 24 april. Afrikaanse landen kijken met gemengde gevoelens naar de hernieuwde rol van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). In de meeste landen is financiële steun meer dan welkom, maar tegelijkertijd is er de vrees dat het IMF zijn versterkte positie zal gebruiken om opnieuw beleid door te voeren dat volgens critici in het verleden veel schade heeft aangericht in Afrika.
De landen van de G20 zegden deze maand in Londen 50 miljard dollar toe om de gevolgen van de crisis in arme landen te bestrijden. Het IMF kreeg hierbij de leidende rol toegedicht. De crisis treft Afrika doordat buitenlandse investeringen opdrogen, de export terugloopt en geldoverboekingen vanuit de diaspora afnemen.
Argwaan
Extra geld is dus welkom, maar de donor wekt argwaan. Veel (Afrikaanse) ontwikkelingseconomen zien het IMF als exponent van de liberale, economische infrastructuur uit het Westen die juist ten grondslag ligt aan de crisis. Het IMF staat, net als de Wereldbank, bovendien voor de ‘Washingtonconsensus’, de in de jaren tachtig en negentig dominante opvatting dat arme landen leningen kunnen krijgen, mits zij bereid zijn hun markten open te stellen voor producten uit rijkere landen en om begrotingstekorten weg te werken, valutareserves te vergroten en inflatie te drukken.
De angsten voor nieuwe, zware eisen van multilaterale instellingen zijn voorlopig niet terecht, zegt minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders (PvdA). Koenders wees er vorige week op een congres op dat het IMF mede door de crisis flexibeler omgaat met het verstrekken van leningen. Eisen worden minder zwaar, er wordt meer van land tot land gekeken wat de behoeftes zijn. Dit alles vanuit de gedachte dat de crisis snel bestreden moet worden, om te voorkomen dat de fragiele vooruitgang van de afgelopen jaren in arme landen ongedaan gemaakt wordt. „Voor het eerst in mijn leven ben ik bang dat het IMF te lage eisen stelt aan ontwikkelingslanden”, zei Koenders.
Democratisering
De Ghanese ontwikkelingseconoom Emmanuel Gyimah-Boadi vreest dat de aandacht voor democratisering en goed bestuur in Afrika naar de achtergrond verdwijnt door de haast om economieën te redden. „Het IMF stelt vooral economische eisen aan landen”, aldus Gyimah-Boadi in debat met Koenders, „maar vergeet de politiek niet.”
„Op zich heeft Gyimah-Boadi een valide punt”, zegt Peter van Bergeijk. De hoogleraar internationale economie aan het Institute of Social Studies in Den Haag wijst op de Oost-Europabank, die na de val van het communisme voormalige Oostbloklanden te hulp schoot op voorwaarde dat zij hervormingen doorvoerden voor democratie en markteconomie. „Je kunt dus economische steun combineren met politieke eisen.” Maar, zegt hij: „De vraag is of je dat ook nu wilt doen. Hoewel ik bijvoorbeeld pleit voor een luidere stem van Afrika in het IMF, moet nu eerst de crisis bestreden worden. In veel landen dreigt anders instabiliteit.”

AEX: 310,03 











