Detroit, 12 jan. General Motors hield een modeshow. Chrysler bouwde een kroeg met gratis drank voor iedereen die niet met de auto was gekomen. Filmsterren kwamen langs om tegen de achtergrond van glimmende nieuwe automodellen met andere sterren bij te praten. Er was een jeep die bij wijze van stunt door een glasplaat reed. En om een nieuwe versie van de Dodge Ram pick-uptruck van Chrysler te promoten, liepen er 120 koeien door de straten van een verlaten Detroit.
Dat alles is nog maar twaalf maanden geleden: het gebeurde allemaal op de editie van vorig jaar van de Detroit Auto Show, de belangrijkste autobeurs ter wereld, in de thuisstad van de Amerikaanse auto-industrie. Dit is traditioneel de plek waar de branche aan het begin van het nieuwe jaar de toon probeert te zetten met nieuwe modellen en flitsende presentaties.
De hoogtepunten van dit jaar? Misschien de lokale tieners die voor het Zuid-Koreaanse automerk Kia een aritmisch dansje met bordkartonnen platen opvoeren. Of de trotse aankondiging van General Motors dat de gigantische stand in het congresgebouw nu eens geen parketvloer, maar een kamerbreed tapijt heeft – schijnbaar goed voor een kostenbesparing van 1 miljoen dollar.
De wereldwijde autosector is in mineur. De financiële staat van wat tot voor kort steunpilaren waren van de Amerikaanse economie is op zijn minst fragiel te noemen en massaal afwachtende consumenten hebben voor de grootste daling van de autoverkoop sinds de oliecrisis van de jaren zeventig van de vorige eeuw gezorgd. In heel 2008 werden in de Verenigde Staten 10,5 miljoen auto’s verkocht, 6 miljoen minder dan in het jaar ervoor werden aangeschaft.
Nergens wordt de bijbehorende neerslachtigheid beter zichtbaar dan op de Detroit Auto Show. Zeven grote autobedrijven, van het duurdere Ferrari en Porsche tot Nissan en Mitsubishi, die sterk zijn in het segment van goedkopere auto’s, hebben zo weinig fiducie in de economische situatie dat ze niet eens zijn komen opdagen. En geen van de overgebleven exposanten lijkt nog te geloven in een snelle ommekeer.
Neem deze bloemlezing uit de persconferenties van de zogenoemde ‘Grote Drie’ van Detroit. Bestuursvoorzitter Alan Mulally van Ford merkte op: „Dat was nogal een jaar, zeg. 2009 wordt al net zo uitdagend.”
Hij kreeg bijval van Rick Wagoner van General Motors: „We hebben een negatief scenario voor het eerste kwartaal en zo ontwikkelt de markt zich ook.” En Chrysler-bestuurder Jim Press herinnert met een slecht ontvangen grapje aan de optocht van vorig jaar. „We hadden weer contracten met de koeien getekend, maar ze werden naar Washington geroepen.”
Met ‘Washington’ verwijst de autobestuurder naar het Amerikaanse Congres, waar Chrysler en General Motors de afgelopen maanden tevergeefs om miljarden aan noodsteun hebben gevraagd.
Vlak voor Kerst – daags voordat General Motors naar eigen zeggen ten onder zou gaan – besloot president Bush Chrysler en GM 17 miljard dollar te lenen. Voorwaarde is echter wel dat ze voor eind maart een plan hebben te overleven, anders vallen ze alsnog om.
Complicatie daarbij is echter dat de autobedrijven onderling verbonden zijn. Iedereen heeft bijvoorbeeld dezelfde toeleveranciers. Het gevolg: gaat één fabrikant ten onder, dan vallen toeleveranciers ook om en lijdt de hele sector. Vandaar dat de stemming in alle zalen vol nieuwe automodellen getemperd is. „Ik houd niet van het woord crisis”, zegt Stefan Behr van BMW, „en apocalyptisch zou ik de omstandigheden ook niet willen noemen. Maar het is zeker een netelige situatie. En we moeten er samen uitkomen.”
Bij Hyundai zegt Jim Trainor zonder veel omhaal van woorden dat het „simpelweg shitty” is. Het consumentenvertrouwen, in Amerika lager dan ooit gemeten werd, zorgt ervoor dat klanten massaal afwachten totdat de markt stabiliseert – wat alleen maar leidt tot meer onrust.
Hyundai ziet zichzelf nu gedwongen klanten de belofte te doen dat ze bij ontslag binnen een jaar hun auto kunnen terugbrengen „en we beloven niet door te vragen”.
Toyota heeft een ander lokkertje. Kopers krijgen tot 5.000 dollar in contanten als ze een nieuwe auto kopen; volgens een Toyota-woordvoerder „doen Amerikanen van alles om nog aan cash geld te komen”.
De Auto Show geeft de toch al noodlijdende stad Detroit gewoonlijk een financiële impuls van 350 miljoen dollar, dat wordt dit jaar 100 miljoen minder. Wat niet helpt voor het verwachte bezoekersaantal is dat normaliter tientallen zogeheten show cars gepresenteerd worden. Dat zijn auto’s vol gimmicks die tot de verbeelding spreken maar nooit in productie zullen gaan. Show cars zijn er dit jaar nauwelijks – dat bespaart elke keer weer enkele honderdduizenden dollars aan ontwikkelingskosten.
Een andere manier om toeschouwers tevreden te stellen is het voorschotelen van minimale aanpassingen. Zo presenteerde Toyota officieel een „major minor world unveiling”: vrij vertaald een majeure minimale onthulling van wereldniveau. Wat dan precies? De standaard Toyota Camry heeft een aangepaste grill en nieuwe koplampen.
Het is precies dit soort buitenlandse merken waartegen enkele tientallen Amerikaanse fabriekswerknemers in de vrieskou voor het congrescentrum demonstreert. „I am not a foreign autoworker”, staat op de spanborden. En: „Out of a job yet? Keep buying foreign”. Nog niet werkloos? Blijf auto’s van buitenlandse makelij kopen.
Calvin Buckmaster is een van hen, loopt met de Amerikaanse vlag over zijn schouder telkens hetzelfde besneeuwde rondje mee. Hij werkt in een Jeepfabriek, maar net als tientallen andere fabrieken van General Motors, Chrysler en Toyota is ook zijn vestiging een maand gesloten om de overcapaciteit weg te werken. Hij betwijfelt of zijn fabriek eind deze maand daadwerkelijk zal heropenen.
Vakbond UAW wil de demonstratie, hoe minimaal dan ook, niet goedkeuren. Ligt te gevoelig. Sinds de noodleningen van de overheid mag de vakbond officieel ook geen staking meer uitroepen; dan wordt direct tot een faillissementsaanvraag overgegaan.
Elektricien Buckmaster noemt dan het rondzingende getal van drie miljoen. Zoveel Amerikanen zouden werkloos raken als bijvoorbeeld GM, het hoofdkantoor daar verderop, omvalt. Dat nog geen honderdduizendste van hen vandaag is komen demonstreren, zit hem dwars. Het is moeilijk mensen te vinden die nog voor deze zaak willen vechten, geeft Buckmaster als verklaring. „En bovendien: hoe moet ik mijn collega’s bereiken als de fabriek dicht is?”

AEX: 340,15 












